maandag 27 juni 2011

Enno leest Scruton en Achterhuis

Indertijd maakte De erfenis van de utopie van filosoof Hans Achterhuis behoorlijk indruk. Mijn geest was al rijp gemaakt door Rorty en dan vooral diens Irony, Contingency, and Solidarity – nog niet eens zozeer door de ‘het leven heeft geen enkele zin’-grondtoon, maar veeleer doordat hij in één reuzenklap de complete metafysici en feitelijk praktisch de gehele filosofie van tafel veegde, op wat flinters ethiek en politieke filosofie na dan, voor zover die twee termen eigenlijk niet hetzelfde betekenen.

Dat Achterhuis het utopisch denken zou fileren kon je verwachten. Afkomstig uit een protestants en later alternatief linkserig milieu had hij al eerder laten merken weinig respect te hebben voor de heilige huisjes van de wereldverbeteraars. De conclusie die ik zelf uit het grote utopieboek trok, en kon trekken dankzij de enorme hoeveelheid overtuigende bronnen die Achterhuis daarin aandroeg, was dat de utopie, en in navolging daarvan iedere vorm van idealisme, het gevaar van tirannie in zich bergt. De idealist weet het immers beter dan de arme scepticus die liever afgaat op de saaie feiten. Vandaar dat er een bloedrood spoor door de wereldgeschiedenis loopt, achtergelaten door een grote verscheidenheid aan door het droombeeld van de heilstaat voortgedreven idealisten, van velerlei religieus bevlogenen tot politieke idealisten ter linker- zowel als rechterzijde (maar aan de linkerkant niet toevallig net even wat meer).

In zijn jongste boek The Uses of Pessimism. And the Dangers of False Hope (bij Nieuw Amsterdam keurig vertaald als Het nut van pessimisme en de gevaren van valse hoop), volgt de Britse filosoof Roger Scruton – waarschijnlijk onbewust; nergens noemt hij Achterhuis – grosso modo dezelfde gedachtengang, maar dan toegepast op onze eigen tijd.

Op heldere wijze analyseert hij een aantal drogredenen die verborgen gaan in ieder idealisme, en ontleedt hij de verdedigingsmechanismen waarvan de idealisten zich bedienen. Iemand die voorzichtig eens opmerkt dat de islam niet altijd even jofel omgaat met laten we zeggen vrouwenrechten uitmaken voor racist. Bijvoorbeeld. Ook al hoef je het niet altijd met hem eens te zijn, liever niet eigenlijk, het is toch prettig om zo af en toe eens de luiken in het hoofd open te zetten, en daar levert hij genoeg aanleiding voor.

Achterhuis zelf heeft van de utopie inmiddels zijn handelsmerk gemaakt. Zijn laatste exercitie op dat gebied is een verhandeling over de vrije markt als utopie. Het overgrote merendeel van de denkers die waarde hechten aan de vrije markt doen dat op grond van zorgvuldige overwegingen en met de kracht van argumenten, maar Achterhuis heeft een groep economen ontdekt, de Chicago Boys, die aan de hand van de Amerikaanse filosofe Ayn Rand een meer ideologische benadering vertoonden. Zij hadden invloed op de Amerikaanse regering van Ronald Reagan - u kent hem nog als de man die de Sowjet-tirannie verpletterde en miljoenen mensen hun vrijheid schonk - maar weer niet of veel minder op de toenmalige Britse premier Thatcher, die de voorgestelde maatregelen veel te ver vond gaan. Achterhuis focust daarom op het Chili van Pinochet, die ontvankelijker leek, maar moet tegelijkertijd melden dat zelfs daar van een waarlijk utopistisch experiment op economisch gebied geen sprake kon zijn.

Het boek overtuigt helaas een stuk minder dan eerdere beschouwingen. Het lijkt vooral voort te spruiten op een reflexmatige afkeer van de vrije markt, eerder dan van een objectieve afweging van de feiten – wat ook al blijkt uit het selectief omgaan met bronnen. Zo neemt Achterhuis mensen als Marcel van Dam en Evelien Tonkens serieus.

In zijn eerdere werk liet Achterhuis bij iedere vorm van idealisme, ongeacht richting of inhoud, het nefaste grondpatroon liet zien. Dat maakt een nader toespitsen op een enkele denkrichting, waarvan het utopische karakter wat mij betreft zelfs niet geheel en al vaststaat, in wezen overbodig. Dat hij er toch vele bladzijden over vol schrijft versterkt het vermoeden van een andere agenda, en dat Achterhuis hier geen filosofie bedrijft, maar ideologie. En dat mocht nou juist niet meer.

- Roger Scruton – Het nut van pessimisme en de gevaren van valse hoop – Nieuw Amsterdam
- Hans Achterhuis – De utopie van de vrije markt - Lemniscaat

0 reacties: